Voorjaarsnota 2020

Home

Exogene ontwikkelingen - lasten

Bedragen x € 1.000

incidenteel

structureel

Loon en prijscompensatie (trend)

2020

2021

2020

2021

2022

2023

2024

Stijging werkgeverslasten 2020

-1.138

0

0

0

0

0

0

Nieuwe jaarschijf 2024

0

0

0

0

0

0

-25.926

Bijstelling trend

-1.138

0

0

0

0

0

-25.926

Jaarlijks past de gemeente de begroting aan voor de ontwikkeling van de lonen en de prijzen (trend). De gemeente volgt hierbij de verwachtingen van het Centraal Planbureau (CPB) voor het komende jaar. Achteraf vindt een nacalculatie plaats op basis van de actuele ontwikkeling van de trend.

Het CPB heeft zijn meest recente verwachtingen voor de trendontwikkeling van 2021 voorgaand aan het uitbreken van de coronacrisis gepubliceerd. Het is duidelijk dat de crisis de verwachtingen beinvloedt. Die verwachtingen zijn daarom niet meer goed bruikbaar. In afwachting van nieuwe cijfers van het CPB past de gemeente daarom de verwachtingen voor de trend op prijs- en loonontwikkeling vooralsnog niet aan. De consequenties hiervan met betrekking tot de begroting worden toegelicht:

Prijsontwikkeling
De prijsontwikkeling 2020 wordt niet nagecalculeerd. Voor de verwachte prijsontwikkeling wordt voorcalculatorisch uitgegaan van de verwachtingen zoals deze bij het opstellen van de begroting 2020 golden. Dit betreft een jaarlijkse prijsinflatie van 1,5%. Ook voor de nieuwe jaarschijf (2024) geldt dit percentage als uitgangspunt.

Loonontwikkeling
In 2019 is een cao afgesloten voor 2019 en 2020. De effecten van deze cao zijn volledig in de begroting verwerkt, waardoor geen nacalculatie op de loonontwikkeling 2020 hoeft plaats te vinden. Uitzondering hierop zijn de werkgeverslasten. Deze zijn met 0,14 procent gestegen met ingang van 2020. Deze worden wel nagecalculeerd. De meerkosten worden voor 2020 betrokken bij de voorjaarsnota.
De effecten vanaf 2021 worden opgevangen in de beschikbare ruimte voor loonontwikkeling 2021 (die daarmee voor een klein deel ingevuld wordt).

Toekomstige loonontwikkelingen zijn voor dit moment niet in te schatten. Daarom worden de loonontwikkeling gehandhaafd zoals deze golden bij het opstellen van de begroting 2020.
De prognose voor de loonstijging voor 2021 blijft daarmee gehandhaafd op 0,7%. Hierbij dient wel de kanttekening geplaatsv te worden dat een deel van deze gereserveerde loonruimte nu wordt ingezet om de gestegen werkgeverslasten op te vangen (0,14%), waarmee de loonruimte voor 2021 dus uitkomt op 0,56%.
Voor de jaren daarna is de loonontwikkeling geschat op 1,5%. Voor de nieuwe jaarschijf (2024) veronder stellen we een loonstijging van 1,5 %.

We willen u erop wijzen dat binnen de huidige meerjarenbegroting voor 2021 geen rekening is gehouden met een significante loonstijging. Dit risico is sinds bij de begroting 2020 in de paragraaf weerstandsvermogen benoemd.

Deze pagina is gebouwd op 06/11/2020 15:39:37 met de export van 06/11/2020 15:32:33